Reizen. Iedereen doet het tegenwoordig. Liefst zo ver weg mogelijk: Zambia, Peru, Indonesië, het maakt allemaal niet meer uit. Vooral onder jongeren schijnt het hoog gewaardeerd te worden. Je kunt tegenwoordig amper nog een hyves site op, of je stuit op zo’n wereldkaartje waar alle bezochte landen zijn gearceerd. Dit kan mijns inziens twee dingen betekenen: a. de verantwoordelijke voor het overzichtje is dement en gebruikt het kaartje als geheugensteun zodat hij niet per ongeluk voor een tweede keer een ticket boekt naar Maleisië bij de eerstvolgende vakantie. Mogelijkheid b.: de jongere in kwestie is helemaal niet dement. In dit geval is er sprake van een soort vervroegd intredende midlife crisis. Waar papa een glimmende sportwagen nodig heeft om z’n omgeving mee te imponeren (al of niet ingebeeld), zo heeft zoon of dochter tegenwoordig een gearceerd wereldkaartje nodig om het gevoel te hebben nog mee te doen in deze wereld. De vraag die bij mij steevast terug naar boven komt bij het zien van al deze half gekleurde werelden is: wie van al deze globetrotters kent zijn eigen achtertuin eigenlijk?
Vroeger was het vak van verkeersvlieger of stewardess nog iets bijzonders. Stoere mannen en charmante vrouwen die in grote vliegtuigen de hele wereld overvlogen. Maar nu is elke student economie toch wel minimaal naar drie continenten geweest. Anders tel je niet meer mee in onze huidige maatschappij. De ironie is natuurlijk dat hiermee ook de status van het reizen naar verre bestemmingen is gedevalueerd (ik denk dat je gerust kunt spreken van hyperinflatie als we het bij die economiestudenten houden). Wat is er nu nog bijzonder aan naar Zuid-Amerika gaan? Nee, mijn nieuwsgierigheid wordt tegenwoordig pas weer geprikkeld als ik iemand hoor zeggen dat hij of zij een paar weken met de trein of liftend Oost-Europa gaat verkennen. Of gewoon België. Of desnoods Portugal. Maar al die Midden-Oosten gangers, Australië backpackers en Azië yuppen! Laat ze vooral enkele reizen boeken.
We lezen wel hoe geweldig ze het hebben op de waarbenjijnu.nl’s.

Waar veel mensen overigens niet bij stilstaan is dat het verkennen van de wereld ook grote gevolgen heeft voor die betreffende wereld. Mensen vinden het prachtig om zichzelf te vergapen aan de armoede in Thailand bijvoorbeeld. Een letterlijke quote van een studiegenoot:
“Ineens was ik oprecht blij dat ik het zo getroffen had: geboren in het vrije Nederland, goede studie, voldoende financiële middelen enzovoorts. Maar ik werd er ook nederig van. Waarom heb ik dit voordeel en die arme mensen hier niet?”
Prachtig natuurlijk, die zelfrelativering. Helaas wordt die niet omgezet in een zelfrelativerende houding. De daaropvolgende vakantie gaan de betreffende persoon namelijk weer vrolijk naar een derdewereldland om zich nederig te voelen. Al die vliegreisjes zorgen voor onnodige vervuiling die vooral voor problemen zorgt in de arme landen waar de student op visite is geweest. Het toerisme in het gebied (laten we Thailand als voorbeeld houden) is natuurlijk goed voor de economie, maar wederom slecht voor milieu. Mangrovebossen worden gekapt zodat er ruimte gemaakt kan worden voor hotels aan de kust. Complete ecosystemen gaan verloren en gevaar voor overstromingen dreigt.
Het zijn kortzichtige en egoïstische ondernemingen.
Toch is het indrukwekkend een compleet andere wereld te bezoeken, helaas slecht voor de natuur en cultuur. Daarentegen was Nederland 1500 jaar geleden bijna geheel bedekt met bos, waarvan ik nu niks meer terug vind. Misschien een welvaarts ontwikkeling van de derde wereld landen?
Los van dit alles gaat niemand van die avonturen als wij beleven op onze vakantie in Zuid-Europa! Booyah!
Absoluut. Hele volkeren worden erdoor verpest. Het doet me denken aan de aflevering van South Park uit een ver verleden waar een paar Hollywood mensen het dorpje binnenstromen voor een filmfestival, omdat het leven daar nog ‘zo normaal gebleven is’. Maar na het filmfestival staat het daar ook vol met Planet Hollywood’s en andere Los Angeles attributen. En dus gaan ze maar naar een volgend onbedorven dorpje. Tot de hele wereld ondergepoept is. Als onze regeringen het niet doen met vuile oorlogen dan gaan we zelf wel als toerist op kruistocht.