Het regent. De drukte van vanmiddag is omgeslagen in een verlaten stad. Op het plein staan een paar koetsen met paarden te wachten op een nieuwe groep toeristen om door de oude stad te rijden.
Samen lopen we over de glimmende kasseien door verlaten steegjes, op zoek naar een leuk uitziend café. We komen bij een pleintje vol groene lindes en besluiten om buiten te gaan zitten. Chorizo, olijven en rode wijn. En een serveerster die zo snel ze kan van binnen naar buiten loopt en weer terug. Want het regent. Misschien nog wel harder dan daarnet.
We wandelen verder naar een volgende kroeg. Met onze ruggen tegen de muur, zodat we overzicht houden op het pleintje. We bestellen nog een keer rode wijn. Mensen wandelen voorbij, blijven staan, twijfelen en lopen toch verder. Of niet. Naast ons komen twee meisjes zitten. Ellen en ik wijzen om beurten langslopende groepjes mensen aan om erachter te komen tot wie van hen we ons het meest aangetrokken voelen. Vele mensen verder komen we tot de conclusie dat onze smaak over het algemeen tamelijk overeenkomt.
Dan valt mijn oog op het huis aan de overkant van het plein. Het valt een beetje uit de toon met de overige huizen qua architectuur. Past beter in Praag dan in Brugge. Maar op de eerste verdieping brandt licht. Een warme gloed verlaat de kamer en houdt mijn blik erop gefixeerd. Wat zou er daarbinnen gebeuren? Ik stel me zachte pianomuziek voor. Een man met lange benen in een zwarte pantalon en witte blouse. Een glas Smirnoff op het tafeltje naast hem. En aan de andere kant van de kamer een lange vrouw die moet kiezen tussen haar verstand dat zegt dat ze op haar hoede moet zijn en haar gevoel dat zegt dat ze zich moet overgeven aan dit moment. Buiten klettert de regen op de straat en tegen de ramen. Binnen is het warm en praat de man tegen haar. Ze hoort hem wel, maar verstaat hem niet. Ze luistert naar de klanken, naar de sfeer.
Buiten zitten twee mensen met hun rug tegen de muur. Een zacht opgewonden stemming verandert het straatbeeld van overdag in een gezellige, losse avond waar jonge mensen af en aan lopen en contact met elkaar maken. De twee jonge mensen zitten op een verwarmd terras onder een wapperende luifel. Rechts van hen aan hetzelfde plein staat een meisje in het roze achter de tap van het café naar buiten te kijken. Ze zoekt en vindt oogcontact met jongens van het terras van het aangrenzende café. Haar duim gaat omhoog. En ze lacht. Ellen en ik vragen onze serveerster of ze het meisje in roze een wijntje wil brengen. De serveerster aarzelt. ‘Dat is een ander café hè?’ Waarop we haar bemoedigend toeknikken. Ze gaat naar het meisje en komt kort daarna weer naar buiten. ‘Ze houdt niet van wijn’. ‘Geef haar dan maar een biertje’. Ze neemt het geld aan en loopt naar binnen.
Het raam met de goudgele gloed trekt nog steeds de aandacht. Zouden de man en de vrouw nog met elkaar praten? Of zouden ze zich met het ritme van de regen laten gaan, daar net boven het plein? Het meisje in roze kijkt vanuit het café onze kant uit en probeert blij contact te zoeken. Maar we wenden onze blik af. De serveerster komt maar niet terug. Ellen heeft ondertussen een reden op een kaartje geschreven voor ons biertje aan deze leuke, blije dame. Ik loop ermee naar binnen en zoek de serveerster op om haar het kaartje te geven dat ze samen met het biertje aan het nieuwsgierige meisje zou bezorgen. De muziek staat hard en we verstaan elkaar niet. Ik tik haar op haar schouder en overhandig haar het kaartje. Ze leest het berichtje en kijkt weer op. Ik zie een vertwijfelde, maar ook zacht gevoelige, blije lach op haar gezicht verschijnen. Maar voor ze eruit is ben ik alweer naar buiten. Ik neem Ellen mee en samen lopen we door de regen terug naar ons hotel. Wat er op het kaartje stond? ‘Omdat je bent’.
Cool! Wel heel filosofisch jullie twee he! Hopelijk snapt ze het. Wederom mooi geschreven.
Ik ben benieuwd naar de verhalen.
Adios
Je moet echt naar “In Bruges” (film) gaan. Ik heb me kapot gelachen…! Wel jouw soort humor ook denk ik.
Liefs!