Vrijdagavond. Ik zit in de trein, op weg naar mijn ouders. Omringd door tassen, jassen, papieren en heel veel andere afleidende materie zit ik met een studieboek op m’n schoot een hoofdstuk door te nemen voor het essay dat ik volgende week moet inleveren. Schuin tegenover me aan de andere kant van het gangpad zitten vier jongens die aan een stuk door praten. Ik probeer er zo min mogelijk aandacht aan te schenken, maar ik erger me groen en geel. Na een paar minuten kom ik tot de slotsom dat lezen nu toch weinig zin heeft, dus ik besluit aandachtig naar ze te gaan luisteren. En het blijkt nog grappig te zijn ook!
Eén jongen blijkt de gangmaker te zijn. Hij komt voortdurend met volslagen onzin op de proppen. Maar des te grappiger. Zijn vrienden zijn het blijkbaar gewend, want er wordt niet om gelachen. Maar ik besluit een paar van z’n opmerkingen op te schrijven en bij elk woord dat ik van hem overneem gniffel ik, tot ik het op een gegeven moment bijna uitproest van het lachen. En volgens mij heeft hij me door.
‘Als het niets meer wordt met mijn leven ga ik naar een Tibetaans klooster. Lijkt me super chill.’ Zijn vriend negeert hem en zegt: ‘ik voel me fucked up man!’ ‘Je moet gewoon wat gezonder leven. Zoals ik. Ik word morgen zóóó chill wakker. Dat weet jij ook, hoe chill ik morgen wakker word!’ ‘Vroeger jongen, toen hadden ze nog ridders. Dat waren nog eens tijden!’ Zijn – iets minder snuggere – kameraad: ‘En cowboys.’ Een derde corrigeert hem: ‘Die hebben we nog steeds hoor!’ ‘Ja, zoals Clint Eastwood. Of George W. Bush! Dat is ook een cowboy. Ik snap niet dat ie nog president mag blijven tot januari. Da’s echt flauw!’
Ondertussen zitten ze met hun telefoontjes te spelen en onze clown heeft een hese vrouwenstem op z’n mobieltje staan die wanneer hij het maar wil de tijd opnoemt zodat de hele trein het kan horen. ‘Ik denk dat ze echt lekker is, die dat heeft ingesproken. Ik denk dat ze naakt was toen ze het insprak.’
De trein stopt en één van de jongens stapt uit. De clown begint direct over hem te roddelen. ‘Vincent is écht paranoia man. Zelfs bij een stoplicht blijft ie stilstaan tot het echt groen is! Niet eens om mij te fucken. Echt super irritant vind ik dat. Wat vinden jullie?’ De jongen die naast hem zat gaat aan de andere kant van het gangpad zitten, tegen het raam aan. We zitten in een dubbeldekker in de onderste verdieping, dus hij kijkt tegen allemaal langslopende benen aan. Hij pakt een flesje water uit z’n tas en draait de dop er af. ‘Freek, heb je nog wat water? Geef me als-je-blieft een slokje, anders valt m’n mond eraf!’ (drie slokken) ‘Die plek waar jij zit is zó chill. Als je in Amsterdam op die plek zit in de trein op dat station daar waar de HvA zit, kun je zó onder al die rokjes kijken!’ (nog een paar slokken) ‘Nederland heeft echt het allerchillste water. Andere landen doen er allemaal zooi doorheen. Maar Nederland niet. Probeer maar! Proef maar eens een flesje Evian, een Duitse fles en een Nederlandse. De Franse smaakt naar chloor, de Duitse naar poep, en de Nederlandse… naar een stukje hemel. Daarom is het Nederlandse water super chill.’
Intussen staat de trein alweer een poosje stil op station Deventer en Freek krijgt er genoeg van. Hij kijkt naar buiten naar het bord met de vertrektijd van de trein en begint te morren. ‘Fuck wat duurt dat ding lang man!’ (op het bord staat dat de trein om 20 over 12 moet vertrekken) ‘20 over! Hoe laat is het eigenlijk?’ ‘Wil je weten hoe laat het is?!’ Clown pakt zijn telefoon uit z’n broek en houdt hem hoog in de lucht, terwijl een zwoele vrouwenstem in het Engels zegt: ‘twelve twenty-three.’
Even later rijdt de trein weer en Freek komt voor een laatste maal in actie: ‘Gaan er bij aankomst in Zwolle eigenlijk nog wel bussen?’ ‘Gast, weet ik veel. Zwolle is een gat. Ik weet niet of er bussen gaan.’ (korte stilte) ‘Over gaten gesproken! Weet je waar ik laatst was? Ede-Wageningen! Ik was daar op een feestje maar na een uur moest ik alweer weg voor mijn laatste bus.’
Freek zit onderuit gezakt voor zich uit te staren. Hij wordt moe. De andere jongen zegt ook niet zoveel. Maar clown gaat gewoon door, want hij moet nog tot Zwolle.
‘Mijn opa voer op zee. Echt. Hij was iets belangrijks. Dat ie de hele dag op moest letten enzo. Dan kun je echt niet aan de rum ofzo! Dat is echt een vertekend beeld. Rum is iets voor piraten.’ Clown houdt even stil na deze wijze woorden. Om dan gewichtig af te sluiten: ‘Ik zou ook wel op zee willen varen.’
Freek komt weer eventjes tot leven: ‘We zijn nog helemaal niet gecontroleerd!’ Clown haakt er gretig op in: ‘Ik was gister na Zwolle naar Utrecht en van Utrecht naar Amsterdam, van Amsterdam naar Breda, van Breda naar Nijmegen, van Nijmegen naar Arnhem en van Arnhem naar Zwolle. En ik ben niet één keer in die hele dag gecontroleerd!’ (wederom een korte stilte om het zojuist gezegde even te laten bezinken) ‘Shit, ik reis echt veel man! Ik denk dat ik een reisnovelle moet gaan schrijven.’ En hij begint al: ‘Ik kijk uit het raam. Buiten ligt er sneeuw. Voor in de trein zit de machinist. De machinist stoomt door.’ (gniffelende vrienden) ‘De machinist staat symbool voor iets. Voor iets van deze tijd. De consumptiemaatschappij ofzo. En die zorgt ervoor dat de wereld eraan gaat. Dus da’s niet chill. Eigenlijk vind ik de machinist dus helemaal niet tof.’
De andere jongens slapen bijna en Clown leest een paar regels uit zijn boek dat hij bij zich heeft voor hij zich weer opricht: ‘Ik denk dat ik mijn naam ga veranderen in Engelbert.’ De jongens kijken hem meewarig aan. ‘Oh! over treinen gesproken! Toen ik laatst in de trein zat hoorde je dat geruis over de intercom van de machinist weet je wel. En toen na dat pruttelgeluid zei een stem AAaaaaaaaaahhh-mersfoort. Echt vet. Vinden jullie dat niet vet? Ik vond het vet.’
‘tsschhhhhhhhh… goedenavond dames en heren, over enkele ogenblikken naderen wij station Zwolle…’

Ik hou van Engelbert :’) Had je niet even om zijn nummer kunnen vragen ofzo?????
Oh Ellen, ik heb zó ontzettend hard aan je gedacht toen ik tegenover hem zat!!!