
Met een schok word ik wakker. Ik voel een ruwe hand in mijn nek die mijn gezicht naar beneden duwt. Even later krijg ik in de gaten waarom: alweer een natte neus. Ik word zo te ruiken in een plas urine geduwd door iemand die er niet blij mee is. Dan word ik er vandaan gesleurd, over het gladde zeil naar de achterkant van het huis waar ik zonder pardon buiten word gezet. Ik voel hoe de deur achter me dicht wordt gesmeten, terwijl de kille oostenwind langs mijn rug waait. Rillend probeer ik me te bedenken waarom ik die plas nou weer niet kon ophouden vannacht. Natuurlijk, ik word ouder, dus dat er gebreken zijn is niet zo gek. Maar overdag lukt het me toch ook gewoon?
Binnen wordt steeds vaker over mij geklaagd en ik voel me steeds minder gewenst bij de mensen die ik vroeger zo veel blijdschap heb gegeven. De natte snuit die eigenwijs onder een rustende arm schoof bij de krantenlezer voor ik hem omhoog tikte om met mijn donkerbruine kijkers net zo lang naar de eigenaar ervan te knipperen tot ik een liefkozende aai over mijn kop kreeg of een klopje op mijn rug. Gezellig tegen de bazin aankruipen op de grote bank als ze ’s avonds weer tv ging kijken met mijn hoofd op haar schoot. Iedere bezoeker kwispelend begroeten, en in mijn jonge jaren vaak in combinatie met een vreugdesprongetje. Al die vertederde blikken als het gezin mij meenam naar een zonovergoten terras met allemaal schaars geklede mensen. Mijn lange, natte tong die de benen van het baasje likte en het rennen over de Stouwe achter het huizenblok van de Jan Steen, nadat ik veel te lang op de plaats rust had moeten houden terwijl Mieke en Imaël al commanderend steeds een stapje verder bij me wegliepen tot ik ze bijna niet meer kon horen. Het omsingelen van de koeien die er niks van snapten, vlakbij het kanaal. En wie joeg Ghismo weg als hij weer eens in de tuin zat te poepen? Samen met de glazen water van Imaël waren we een super-duo! Mijn piepende blaf terwijl ik vol spanning klaarstond om te springen naar het koekje dat Imaël steeds net te hoog boven mijn snuit hield. Samen met de familie helemaal naar Frankrijk in de auto. Om daar van de ene nieuwe geurverspreider naar de andere te rennen en nieuwsgierig elke heuvel afspeurend naar nieuwe ontdekkingen. Of die keer bij zee toen het zo had gevroren en ik me helemaal liet gaan over die bevroren golven. Hier en daar een uitglijer maar dat deerde niet. Ik ben waarschijnlijk een van de laatste hondjes in Nederland die een bevroren zee heeft meegemaakt. En al die mooie bossen waar ik de familie kwispelend vooruit ging. Denk je eens in hoeveel ze hadden gemist als ik er niet was geweest!
En thuis voelde ik wanneer ik mijn vrolijkheid even moest laten rusten omdat er iemand verdrietig was. Dan kwam ik voorzichtig even vragen of ik de schouder mocht zijn waarop even kon worden uitgehuild. Hoe vaak hebben ze me niet omhelsd als het ze even te veel werd? Ik was er altijd voor iedereen. Nooit liet ik ze in de steek. Maar nu ben ik te oud en word ik lastig. Ik stoot overal tegenaan en lig de hele dag te slapen. Op de grond. Omdat de bank, waar ik mijn leven lang op heb kunnen liggen nu ineens niet meer mag. Net terwijl ik aan het eind van de herfst van mijn leven aankom en mijn lichaam stram begint te worden.
Ik heb ook heus wel eens stoute dingen gedaan. Maar dat kwam door de verleiding. Als het baasje een hele kaas op tafel had laten staan terwijl ze de kinderen van school ging halen, moest ik daar natuurlijk slim gebruik van maken. Want als ik het van mijn normale maaltijden moest hebben zou mijn leven weinig verrassends voor mij in petto hebben. ’s Ochtends en ’s avonds: het maakte niet uit. Altijd droge brokken. Jarenlang alsmaar die brokken. De katten kregen elke dag een ander smaakje, mals en sappig, want anders wilden ze niet meer. Nooit heb ik geklaagd. Wel af en toe wat hapjes geproefd. Omdat ik wilde leven. Maar nu houdt mijn leven op. En het gekke is dat ik het niet eens door heb. Straks nemen ze me mee op reis. Waarheen? Ik weet het niet. Ik ben immers blind en doof. Vol vertrouwen, en goedgemutst, zoals ik altijd heb gedaan, volg ik ze. Want het was altijd leuk. En wandelen doen we niet zo veel meer tegenwoordig. Mijn plasjes moet ik in de tuin doen. Of op de grond in huis als ze vergeten me zelfs die tuin op te laten zoeken. Maar nu mag ik weer mee. Bestemming onbekend. Ach, in elk geval even weg van thuis. Mijn warme thuis.