Vergeet de zoektocht naar de zoen der zoenen, vergeet Eline uit de trein, vergeet de Praagse romance en de serveerster uit Brugge. Want ik heb een meisje ontmoet. Op een feestje. Een feestje waar er tegenwoordig zo veel van gegeven worden en zo’n feestje waar ik liever niet naartoe ga. Het thema was ‘beach’, de genodigden vrienden en kennissen van studenten die samen een verdieping in een flat deelden. Ik werd gebeld door Gert Jan of ik ook van de partij zou zijn. En omdat ik vorig jaar al ‘nee’ had gezegd en er waarschijnlijk nog wat oud-klasgenoten van de vrije school zouden komen besloot ik dat het dit keer tijd was om er wél bij te zijn. Maar natuurlijk niet in beach-outfit.
Met corduroy jas en stippeldas verscheen ik ten tonele. Ik had nog een zonnebril willen meenemen om te laten zien dat ik niet helemaal een spelbreker wilde zijn, maar zelfs díe was ik vergeten. Redder Gert Jan had er gelukkig nog eentje over.
Kort daarop kwam Lars de trap op. De rest van de avond en nacht hebben we min of meer met z’n tweeën doorgebracht, ver van het feestgedruis. Op de gang, buiten voor de ingang, aan de gracht of slenterend door de woonwijk.
Toen we terug kwamen bleek dat het balkon inmiddels bevolkt werd door interessante mensen. Enigszins onder invloed van enkele alcoholische versnaperingen werd het toch nog een semi-intellectueel feestje. Een student geschiedenis toetste mijn historische kennis door me te vragen naar de presidentsopvolging in de Verenigde Staten, en nog zo wat zaken waarvan ik alweer vergeten ben wat ze waren. Toen ging mijn blik naar de deur die naar de keuken leidde. In de hoek stond een heel mooi meisje dat ik al een paar keer eerder had gezien die avond. Ik vroeg haar of ze vond dat Duyvendak in de Tweede Kamer mocht blijven zitten na zijn bekentenis van de inbraak op het ministerie van Economische Zaken of niet. Ze vond van wel. Zonder verder te vragen naar haar argumentatie besloot ik dat het een goed moment was om samen met haar een nachtelijke wandeling te maken langs een nabijgelegen Amsterdamse gracht waar Sonneveld terecht één van mijn favoriete nummers over heeft gezongen. Maar al tijdens de wandeling merkte ik dat er die avond al veel te veel vodka was gebruikt. We praatten en praatten, en het werd licht. De vogels werden wakker maar wij gingen slapen. Toen Lars en ik de volgende dag weer naar huis gingen ontmoette ik haar weer in de keuken. We zeiden gedag maar keken elkaar net wat te lang in de ogen. ’s Middags heb ik haar gemaild voor een date. En nog geen week later zag ik haar weer in Amsterdam.
Na een etentje in de Haarlemmerstraat waar we allebei veel te zenuwachtig waren zijn we halsoverkop vertrokken in de hoop nog een paar kaartjes te bemachtigen voor een vioolconcert in het concertgebouw wat wonder boven wonder nog lukte ook. De avond begon met progressieve vioolklanken van Césare Franck, die, naar mijn bescheiden mening, terecht door Saint-Saëns werd afgekeurd. Na de pauze echter hoorden we daar de lieflijke kamermuziek van Brahms waar de verliefdheid vanaf vloog. Hoe toepasselijk.
Na het concert hebben we een lange wandeling langs de Amsterdamse grachten gemaakt. Maar de zenuwen bleven en het romantische kus-moment bleef uit. Het centraal station kwam steeds dichterbij en sneller dan me lief was. We keken op de blauwe vertrekborden, maar de trein naar Meppel was al vertrokken. Een belletje naar Simon was genoeg om mezelf te verzekeren van een slaapplek deze nacht, maar direct nadat ik had opgehangen stelde Annelies al voor bij haar te blijven slapen. Samen liepen we langs nog meer Amsterdams water tot we bij een brug kwamen langs het spoor. Rustig hebben we daar gewacht tot ook de laatste trein naar Arnhem voorbij was gereden. We kusten elkaar en ik zei dat we net een stel onzekere pubers waren. We lachten en de spanning gleed langzaam van ons af terwijl we terugliepen naar het centraal station voor haar fiets. Die nacht kwam er van slapen weinig terecht. De volgende ochtend zaten we samen met Gert Jan op het balkon waar het allemaal begonnen was de zaterdag daarvoor.
Die nacht kwam ik hem nog tegen op de gang. Hij vroeg of ik bleef slapen omdat ik de trein had gemist. En eerlijk als ik was antwoorde ik bevestigend op die vraag. Hij liep naar de keuken om thee te zetten en ik verdween in de kamer van Annelies. De volgende ochtend op het balkon werd Gert Jan duidelijk waaróm ik mijn trein had gemist die nacht, en waarom ik niet bij Gert Jan in bed was komen liggen. Sorry Gert Jan, volgende keer beter.



Nog zes dagen. Dan heb ik mijn herkansing statistiek. Na mijn 3,4 op het eerste tentamen heb ik de illusie laten varen dat ik dat cijfer wel op zou halen in tentamen deel 2. Met als resultaat een pijnlijke 1,7 op mijn eindlijst. Ik heb toen al mijn aandacht gevestigd op de twee andere tentamens, zodat ik in de zomer maar één herkansing zou hebben waar ik dan al mijn aandacht op zou kunnen vestigen. En ook nog voor het vak met de minste literatuur van het hele jaar. Best een verstandig plan leek me dat.
Aankomst met de bus in Praag op Florenc. Veel te vroeg. Vijf uur ’s ochtends ofzo. Daar staat ze. Als een charmante Française. Het haar bijeen gehouden door een bruine speld, in haar oren twee parels omringd met een zilveren versiering. Om haar vrouwelijke lichaam een getailleerde, zandkleurige regenjas met ceintuur en aan haar voetjes een paar suède muiltjes van bruin en roze. We lachen verliefd naar elkaar zodra ze me ziet zitten in de bus. Ik spring de bus uit en omhels haar. Oh, die blije verliefde ogen! Alleen díe weer zien maken de lange vervelende busreis al de moeite waard. We gaan de trappen af richting de metro, op weg naar haar kamer aan de rand van Praag.
